Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente

Nieuws

Wijzingen bestuur

15 november 2019 – Na ruim tien jaar bestuurslidmaatschap heeft Willem Jan Cevaal aangegeven zijn plaats ter beschikking te stellen. Het bestuur dankt Willem Jan voor de inzet van zijn tijd en expertise die hij investeerde in StUOMAV als musicoloog en orgeldeskundige.

Het is verheugend te kunnen melden dat prof. dr. Emile Wennekes is toegetreden tot het bestuur. Wennekes is als hoogleraar Muziekwetenschap verbonden aan de Universiteit Utrecht, bakermat van het Utrechts Orgelarchief. Eerder werkte hij als muziekjournalist voor NRC Handelsblad en de Volkskrant en was hij voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis.

Nieuw bestuurslid

8 november 2018 – Het bestuur nam afscheid van Hans Koenders. Zijn kennis op zakelijk en financieel gebied was jarenlang van grote waarde voor de stichting. We bedanken Hans van harte voor de tijd die hij aan het bestuurswerk besteedde en wensen hem alle goeds voor de toekomst.

De vacature wordt ingevuld door Paul Peeters. Peeters is musicoloog en vervulde tal van functies in “Nederland orgelland” voor hij werkzaam werd aan de aan de universiteit van Gotenburg (Zweden). Hij was daar onder meer betrokken bij het Göteburg Organ Art Center. Peeters is redacteur van The Organ Yearbook.

Archief Bouman toegevoegd

10 november 2017 – Onlangs is het zeer belangwekkende persoonlijk archief van Arie Bouman (1911–1999) overgebracht naar het Utrechts Orgelarchief in het depot van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, locatie Uithof.

Bouman drukte als orgeladviseur decennialang een groot stempel op het Nederlandse orgellandschap. Onder meer als secretaris van de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad bepaalde hij de koers van restauraties in de jaren vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte ook deel uit van de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels, die kort bestaan heeft. Bouman publiceerde het veelgelezen “Orgels in Nederland” en werkte het standaardwerk “Orgelbouwkunde” van A.P. Oosterhof om.

Na zijn overlijden kwam Boumans archief in bezit van Teus den Toom die het materiaal ordende en deels inventariseerde. Den Toom zocht een goede plek voor het waardevolle materiaal. Door bemiddeling en hulp van de stichting werd die plek gevonden in het Utrechts Orgelarchief.

Wisseling bestuur

30 september 2015 – Na vele jaren van inzet voor de Stichting Utrechts Orgelarchief heeft Stephen Taylor zijn plaats in het bestuur ter beschikking gesteld. We danken Stephen hartelijk voor de tijd en energie die hij aan de stichting heeft besteed en wensen hem succes en plezier bij zijn werkzaamheden.

De open plaats in het bestuur wordt vanaf nu ingenomen door Jaap Jan Steensma. Steensma is werkzaam als musicus, musicoloog en orgeldeskundige. We heten Jaap Jan hartelijk welkom in onze gelederen en verwachten een vruchtbare samenwerking. (Cees van der Poel, secretaris)

Orgelrapport Klaas Bolt gepubliceerd

16 mei 2014 – Op zaterdag 10 mei jongstleden is in Leiden de monografie “Een hemels cieraad van harmonie: het orgel van de Waalse Kerk te Leiden in perspectief” gepubliceerd. Het eerste exemplaar is uitgereikt aan orgelspecialist dr. Jan van Biezen. In “Een hemels cieraad van harmonie”, dat is uitgekomen onder redactie van Jaap Jan Steensma en Peter van Dijk, zijn naast bijdragen door de redactie, artikelen opgenomen van orgelspecialist Wim Diepenhorst, architect Hans Götz, emeritus-hoogleraar Henk Jan de Jonge en muziekjournalist Merlijn Kerkhof.

Een speciale plaats is ingeruimd voor een rapport uit het orgelarchief van Klaas Bolt, dat zich bevindt in het orgelarchief van de afdeling Bijzondere Collecties in de Universiteitsbibliotheek Uithof. De invloedrijke orgeladviseur Klaas Bolt schreef dit rapport in 1967, in de periode dat hij de heersende “neobarokke” stijlopvatting in de orgelbouw als meer en meer onbevredigend ging ervaren. Deze ontwikkeling in de denkwereld van Klaas Bolt is in het nu gepubliceerde rapport herkenbaar en wordt nader toegelicht door Peter van Dijk. Andere bijdragen aan de nu gepubliceerde monografie hebben onder meer oude orgelstemmingen, de orgelmakers Steevens en Assendelft, en de vondst van nieuwe bronnen (muziek van de Leidse componist Philippus Pool en het koraalboek van de Haarlemse Bavo-organist Henricus Radeker) als onderwerp.

"Een hemels cieraad van harmonie" is uitgekomen bij de jonge muziekuitgeverij Erve Muziek. Enkele delen uit nieuw gevonden muziekwerken zijn op de bijgevoegde cd in première gebracht. Op korte termijn zal het boek via de catalogus opvraagbaar zijn.

Themamiddag rond Utrechts Orgelarchief

3 februari 2014 – Op zaterdag 22 februari 2014 organiseert de stichting Utrecht Orgelland (website) in samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Uithof en de stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente een bijeenkomst met het thema “Als archieven spreken...”. Medewerking verlenen ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (afdeling Instandhouding), het Museum Catherijneconvent en het Museum Speelklok.

Op het programma staat een lezing over het Utrechts Orgelarchief door Joost van Gemert, een lezing door Wim Diepenhorst over de rol van orgelarchieven bij restauratie en behoud van monumentale orgels, een voordracht over behoud en bedreigingen van het erfgoed in Nederlandse kerken door Richard de Beer en ten slotte een inleiding door Peter van Dijk met als titel “Het mes er in, of juist niet”. Er zijn twee intermezzi. Jan Kees de Ruijter van Museum Speelklok demonstreert een Flötenuhr en er wordt een korte film getoond van de orgelmakers Gebr. Van Vulpen over het ambacht van orgelmaken. Er zullen op de middag enkele stukken uit het Utrechts Orgelarchief te zien zijn.

De bijeenkomst vindt plaats in de Boothzaal van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (locatie Uithof) en start om 12.00 uur met een ontvangst. Het programma begint om 13.00 uur en zal ongeveer 15.30 uur zijn afgelopen. Voor meer informatie over de middag en aanmelding, zie de nieuwsbrief van Utrecht Orgelland en klik daarvoor hier.

Archief Fama & Raadgever toegevoegd

13 augustus 2013 – Op zaterdag 19 januari 2013 is tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Torenpleinkerk in Vleuten het volledige archief van orgelmakers Jaap Fama en Piet Raadgever overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Het archief bestaat uit twee delen, in de eerste plaats bedrijfsdocumenten geordend ondergebracht in een reeks mappen die 1,6 meter plank beslaat. Het tweede deel bestaat uit tientallen kartonnen kokers met tekeningen vervaardigd voor de bouw van orgels. De documenten liggen eerst in quarantaine in de bibliotheek op de Uithof in Utrecht. Daarna zullen ze hun definitieve plaats in het Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente innemen en zijn ze beschikbaar voor raadpleging.

Tijdens de overdracht in Vleuten werden opnames gemaakt die verwerkt zijn in een item over Nederlandse orgels. Klik hier om de reportage te bekijken.

Collecties orgelbouwers

Archief Bätz-Witte

Catalogus van het archief Bätz-Witte

De orgelmakers Bätz-Witte te Utrecht hebben hun bedrijf uitgeoefend tussen 1739 en 1902. In 1733 kwam de uit Frankenroda (Thüringen, Duitsland) afkomstige Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709–1770) naar Nederland om te gaan werken bij de orgelbouwer Christiaan Muller, onder wiens leiding hij meewerkte aan de bouw van het orgel in de Grote of Sint Bavokerk te Haarlem. Johann Heinrich Hartmann Bätz vestigde zich als zelfstandig orgelbouwer in Utrecht in 1739. Vijf leden van de familie Bätz, verdeeld over drie generaties, leidden het in Utrecht gevestigde bedrijf tot 1849; daarna werd het overgenomen door de meesterknecht Christiaan Gottlieb Friedrich Witte (Rothenburg bij Hannover 1802 – Utrecht 1873), die in 1839 met een vrouwelijke telg uit het geslacht Bätz getrouwd was. Zijn zoon Johan Frederik (1840–1902) zette het bedrijf nog voort tot aan zijn dood.

Getuigschrift van bekwaamheid van J.H.H. Bätz (1733).

De firma Bätz-Witte bouwde ca. 60 orgels, voornamelijk in West-, Midden- en Noord-Nederland, maar ook te Batavia en Paramaribo. In hun oeuvre is sprake van hoge ambachtelijke en artistieke kwaliteit, maar meer dan bij de orgelbouwers Smits is er sprake van weerspiegeling van de eigentijdse smaak. Het klankkarakter van de Bätz-Witte-instrumenten wordt in hoge mate bepaald door de hun primair toegedachte taak: de begeleiding van de Protestantse gemeentezang. Een gedeelte van het bedrijfsarchief is bewaard gebleven in het Utrechts Orgelarchief.

Het archief bevat veel tekeningen van orgels. In de eerste plaats frontontwerpen, maar ook constructietekeningen van front en kas en van het binnenwerk van diverse instrumenten. Deze laatste tekeningen zijn zeer gedetailleerd en in kleur uitgevoerd, waarbij de kleuren een duidelijk constructieve functie vervullen. Ook enkele fronttekeningen zijn in kleur uitgevoerd; de kleuren hebben hier geen constructieve betekenis – onder andere marmeren is toegepast.

Naast tekeningen zijn in het archief bijna 50 bestekken van orgels aanwezig en technische berekeningen van ruim 20 instrumenten.

Het overige materiaal is doorgaans van meer algemene aard, zoals de Werklijst en het Getuigschrift van J.H.H. Bätz, de vergunning tot het voeren van het Koninklijk Wapen uit 1851 en diverse stukken over mensurering. Bij deze restgroep bevinden zich ook contracten, feestredes, brieven en berichten uit tijdschriften en kranten, vaak in de vorm van knipsels. Tenslotte zijn er nog een groot aantal platen van bouwkundige aard, die handelen over de verschillende bouwordes, kappen en trappen. Een 48-tal gestandaardiseerde frontontwerpen sluit de collectie af.

Voormalig Bätz-orgel Remonstrantse Kerk Utrecht, thans RK Franciscus Xaveriuskerk te Amersfoort (1819).
Fronttekening Hervormde Kerk Den Haag (1881).
Gedeelte uit contract met de Hervormde Kerk te Beneden-Hardinxveld (1875).

Archief Fama en Raadgever

Jacob Hendrik Fama (1934–2001) en Piet Raadgever (1935) werkten bij de Utrechtse orgelmakers Gebr. Van Vulpen voordat zij in 1963 een eigen orgel- en klavecimbelmakerij begonnen aan de Predikherenstraat in Utrecht. Van 1978 tot 1988 was het bedrijf gevestigd in de Ridderschapstraat en daarna aan de Rijksstraatweg te Maarssen.

Nadat in 1995 de wegen van Fama en Raadgever scheidden, bleven ze allebei werkzaam in het orgelonderhoud. Piet Raadgever bleef tot 2005 zelfstandig. Hij droeg het bedrijfsarchief op 19 januari 2013 over aan het Utrechts Orgelarchief van de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Het archief bestaat uit een deel met bedrijfsdocumenten geordend ondergebracht in een reeks mappen die 1,6 meter plank beslaat. Het tweede deel behelst tientallen kartonnen kokers met tekeningen vervaardigd voor de bouw van orgels.

Archief Nöhren

In het Utrechts Orgelarchief bevinden zich ongeveer 200 bouwtekeningen en 23 contracten van de orgelbouwers Nöhren.

Dispositieomschrijving voor een nieuw te bouwen orgel in de rooms-katholieke kerk te Heerlen.
Frontontwerp Nöhren.
Detail uit het ‘systeem Nöhren’.

Archief Smits

Catalogus van het archief Smits

De orgelmakers Smits te Reek (NB) hebben hun bedrijf uitgeoefend van ca. 1820 tot 1925. Zes leden van de familie Smits, verdeeld over drie generaties, hebben het bedrijf in deze periode geleid. De orgelmakers Smits nemen een bijzondere plaats in omdat zij als eersten de uitzonderlijke waarde van de Nederlandse monumentale orgels vanaf ca. 1500 hebben beseft en zich daardoor bij het bouwen van hun eigen instrumenten hebben laten inspireren. Zij zijn er in geslaagd om ambachtelijke tradities van vóór 1800 (met name Brabants/Franse en Zuidduits-Oostenrijkse tradities) hoog te houden en weinig concessies te doen aan de na 1870 ook in de orgelbouw steeds verder oprukkende oprukkende fabrieksmatige werkwijze. Omwille van de zeer karakteristieke donkere, maar toch heldere klankkleur en de technische degelijkheid worden de Smits-orgels tot de topstukken van de negentiende-eeuwse orgelbouw gerekend. De firma Smits heeft ca. 100 orgels gebouwd, vooral in Zuid-Nederland.

Het in het Utrechts orgelarchief bewaard gebleven archiefgedeelte omvat ontwerptekeningen, werktekeningen, schetsen, kostenberekeningen, offertes, contracten, technische beschrijvingen (o.a. dispositieboeken), nota’s, rekeningenboeken, brieven, tabellen, foto’s en andere afbeeldingen, in totaal ongeveer ongeveer 650 documenten.

J. C. Smits-Boeracker (1759–1850).
F.C. Smits (1834–1918).
W.J. Smits (1844–1929).
F.C.J. Smits (1878–1928).
Ontwerp Rugpositief. Pen en potlood 239×332 mm Amsterdam, St. Willibrordus binnen de Veste.
Ontwerp dispositie voor een te maken orgel in de rooms-katholieke kerk te Batenburg (1879).
Pentekening pneumatiek, 330×618 cm, datum en orgel onbekend.

Archief Strubbe

Hendrik J. Strubbe (overleden 1997) werkte bij de Gebr. Van Vulpen (Utrecht) voor hij 1957 zijn eigen orgelmakerij startte in Vinkeveen. Zijn oeuvre bestaat voornamelijk uit kleinere instrumenten. Per 1 september 1995 deed Strubbe zijn bedrijf over aan R.R. Witteveen in Wageningen. Het bedrijfsarchief van Strubbe is verworven in 2009.

Archief Ypma

De orgelbouwers Ypma (Bolsward/Alkmaar) zijn gedurende een betrekkelijk korte periode actief geweest (ca. 1835–1902). De oprichter van het bedrijf, Dirk Sjoerds Ypma (overleden 1854) leerde het vak bij de Friese orgelmaker Willem van Gruisen (1788–1843), die op zijn beurt stamde uit de Noordduitse orgeltraditie van de achttiende eeuw: zijn vader Albert van Gruisen (c1741—1824) was een leerling van de uit Hamburg afkomstige Albert Anthoni Hinsz (1704–1785). De Ypma’s waren katholiek en hebben vooral gebouwd in de nieuwe R.K. kerken die na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie (1853) overal in Noord- en Zuid-Holland verrezen. Zij hielden ambachtelijke tradities hoog en stonden daarnaast sterk onder invloed van de Franse orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll. Het klankkarakter van hun orgels wordt bepaald door hun functie in de katholieke liturgie. Slechts één generatie van de familie Ypma (Dirk Sjoerds en zijn broers Lodewijk Sjoerds en Dirk) is in de orgelbouw werkzaam geweest. In 1902 werd het bedrijf overgenomen door Jos. Vermeulen, die afkomstig was uit de orgelbouwersfamilie Vermeulen te Weert. De firmanaam Ypma werd enige tijd later vervangen door de aanduiding Jos. Vermeulen, Alkmaar. De bekende Amsterdamse pianohandel Ypma is ook gerelateerd aan de familie: dit bedrijf werd in 1868 gesticht door Petrus Ypma (1840–1913), de zoon van Dirk Sjoerds Ypma.

Het archief van de orgelbouwers Ypma is in het bezit van de familie Vermeulen te Alkmaar. Een belangrijk deel ervan is in fotocopie in het Utrechts Orgelarchief aanwezig. Het betreft ca. 200 brieven, rekeningen en kasboeken.

Begroting voor orgel in Osdorp (1901).
Begroting voor een nieuw te bouwen orgel in de rooms-katholieke kerk te Monnikendam (1911).

Collecties orgeldeskundigen

Introductie deskundigen

Zelfstandig gevestigde orgeldeskundigen (“orgeladviseurs”) spelen een essentiële rol bij orgelrestauratieprojecten. Zij zijn deskundig en worden door de eigenaars van de instrumenten (b.v. kerkenraden) in de arm genomen om het restauratieplan te ontwerpen, de restauratie te begeleiden c.q. het contact met de uitvoerende orgelbouwfirma te onderhouden en het resultaat te beoordelen. Door hun centrale rol drukken zij vaak een groot stempel op de aanpak van de restauratie: hun verantwoordelijkheid is dan ook groot, zeker waar het monumentale en anderszins kostbare instrumenten betreft.

Het Utrechtse orgelarchief bezit de archieven van de orgeldeskundigen Johannes Legêne (1915–1996), Lambert Erné (1915–1971), Maarten Albert Vente (1915–1989), Klaas Bolt (1927–1990) en Abraham Jacobus Kret (1928–1993). Allen hebben zij een onuitwisbaar stempel gedrukt op de restauratie van het wereldberoemde Nederlandse monumentale orgelbestand. De archieven van deze deskundigen weerspiegelen de opvattingen over restauratie en conservering vanaf ca. 1950. Zij omvatten officiële documenten (correspondentie, contracten etc.) maar ook concepten, aantekeningen, kladnotities, schetsen en dergelijke, waaruit op diepgaande wijze kennis genomen kan worden van het denkproces van de deskundige.

Archief Bolt

Inventaris van het Archief Klaas Bolt

De orgeldeskundige en vooraanstaande organist Klaas Bolt (1927–1990) heeft een zeer belangrijk stempel gedrukt op de Nederlandse orgelrestauratie- en orgelbouwpraktijk. Hij kon voortbouwen op de door pioniers als Johannes Legêne en Lambert Erné verworven kennis, maar voegde daar belangrijke nieuwe gebieden aan toe. Vooral op het gebied van de Nederlandse orgelbouw na de Barok verrichtte hij baanbrekend werk. Klaas Bolt verwierf zich ook internationaal groot gezag. Zijn archief omvat ca. 5.500 tekstuele documenten, schetsen, foto’s etc.

Klaas Bolt (1927–1990).
Brief van Klaas Bolt aan de Firma Flentrop (12 juni 1967).
Aantekeningen orgel Grote of St. Maartenskerk te Zaltbommel (oktober 1970).
Kladje van Klaas Bolt betreffende het orgel in de Hillegondakerk te Rotterdam (circa 1980).

Archief Bouman

Voorlopige inventarisatielijst Archief Bouman

Mr. Arie Bouman (1911–1999) drukte als orgeladviseur decennialang een groot stempel op het Nederlandse orgellandschap. Onder meer als secretaris van de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad bepaalde hij de koers van restauraties in de jaren vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte ook deel uit van de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels, die kort bestaan heeft. Bouman publiceerde het veelgelezen “Orgels in Nederland” en werkte het standaardwerk “Orgelbouwkunde” van A.P. Oosterhof om. Hij speelde een belangrijke rol in de Gereformeerde Organisten Vereniging.

Het archief omvat ongeveer 320 dossiers met betrekking tot orgels, een grote verzameling disposities (met aantekeningen op basis van eigen waarneming) in veertien cahiers, een enorme hoeveelheid gegevens over mensuren en de ontwikkeling van elektronische orgels. In het Bouman-archief bevinden zich ook correspondentie en jaarverslagen van de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad vanaf 1918 tot begin jaren 1950 en correspondentie van de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels van ongeveer 1940 tot 1950. Ook bleven documenten bewaard van de Gereformeerde Organisten Vereniging en correspondentie met talloze orgelmakers en andere personen.

Archief Erné

Inventaris van het Archief Lambert Erné

Lambert Erné (1915–1971) was niet alleen een belangrijk orgeldeskundige maar ook een vooraanstaand organist. Als orgeldeskundige werkte Erné aanvankelijk veel samen met Johannes Legêne, maar later ging hij zijn eigen weg. Erné trad meer dan Legêne naar buiten met zijn ideeën, had veel invloed binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en speelde als voorzitter van de Nederlandse Organistenvereniging ook een belangrijke bestuurlijke rol. Hij was een groot voorstander van het neobarokke stijlideaal en wist te bewerkstelligen dat de vooraanstaande Deense firma Marcussen het nieuwe orgel van de Utrechtse Nicolaikerk in deze stijl kon bouwen (1956). Hij begeleidde vele restauraties, waarbij hij zijn kennis van de Noordduits-Nederlandse orgelbouwtraditie ten volle inzette. Zijn archief omvat ca. 30.000 documenten.

Lambert Erné (1915–1971).
Kladje Erné betreffende het orgel in de Hervormde Kerk te Appingedam (circa 1968).
Programma voor orgelconcert door Lambert Erné en Joh. Legêne op 9 april 1947.

Archief Gierveld

Inventaris archief Gierveld

Archief Kret

Inventaris van het archief A.J. Kret

Ds A.J. Kret (1928–1993) was Hervormd predikant te Krimpen aan de Lek, later was hij burgemeester van Sassenheim. Hij was voorzitter van het comité dat in 1957 de Jan Zwart-herdenking organiseerde. Uit dit comité groeide de Stichting Orgelcentrum (SO), waarvan Kret ook lange tijd voorzitter was. Tevens was hij secretaris van de sectie orgelbouwadviezen van deze stichting. Het archief van ds. Kret bestaat uit een deel van de stukken van SO. Mevrouw Kret gaf het orgelarchief van haar man na diens overlijden in beheer bij de orgelmaker Steendam te Roodeschool, waarna de collectie is toegevoegd aan het Utrechts Orgelarchief. Het archief omvat knipsels en correspondentie (o.a. met Feike Asma).

Brief van Feike Asma aan ds. Kret over het orgel in de Ned. Herv. Kerk te Tjerkwerd (3 januari 1962).

Archief Legêne

Inventaris van het Archief Johannes Legêne

De activiteiten van Johannes G. Legêne (1915–1996) zijn van onschatbare betekenis geweest voor de ontwikkeling van de orgelbouw- en orgelrestauratiekunst in Nederland vanaf ca. 1950. Het bekendst is hij geworden door de artikelenreeks die hij samen met Lambert Erné in 1948 schreef in “Het Orgel”, waarin zij het werk van de toenmalige adviesorganen op orgelgebied aan de kaak stelden. Hij wist, samen met anderen, een volstrekt nieuwe aanpak te bewerkstelligen, waarin het historische besef een centrale rol zou gaan spelen. Zijn archief geeft een goed beeld van zijn pionierswerkzaamheden en de moeilijkheden die daarmee gepaard gingen. Het archief-Legêne omvat ca. 1300 tekstuele documenten en ca. 150 foto’s en tekeningen.

Schets Legêne voormalig orgel Ned. Herv Kerk te Lochem (1951).
Manuscript over de orgelbouwers Gilmann (1972).
Foto's van het Knipscheer-orgel in de Gereformeerde kerk te Strijen.

Archief Vente

Maarten Albert Vente (1915–1989) begon zijn carrière als historicus. In 1942 promoveerde hij bij de Utrechtse hoogleraar muziekwetenschap Albert Smijers op het proefschrift Bouwstoffen tot de geschiedenis van het Nederlandse orgel in de 16e eeuw. Hij ontwikkelde zich tot een internationaal vermaard kenner van de Nederlandse orgelgeschiedenis en werd in 1965 lector en in 1979 hoogleraar in de instrumentenkunde (in het bijzonder de orgelkunde) aan de Universiteit Utrecht. Als lector en hoogleraar leidde hij vele jongeren op in dit wetenschapsgebied en begeleidde hij een aantal proefschriften. Ook bouwde hij het Utrechts Orgelarchief op. Zijn grote historische kennis vulde de expertise van andere deskundigen perfect aan en kwam ten goede aan vele restauratie- en nieuwbouwprojecten in binnen- en buitenland. Na zijn emeritaat in 1980 werd het vakgebied aan de Universiteit Utrecht door bekwame, door hem opgeleide docenten gecontinueerd; als resultaat daarvan zijn thans opnieuw een aantal proefschriften over de Nederlandse orgelgeschiedenis in voorbereiding. In zijn privé-archief zijn de stukken te vinden met betrekking tot zijn optreden als deskundige bij restauratie- en nieuwbouwprojecten.

Maarten Albert Vente aan het werk in zijn privé-archief.
Artikel waarin Vente geroemd wordt om zijn kennis (Trouw, 1989).
`
Foto Arnhemse orgeldagen (1964) waarop o.a. Vente en Marie-Claire Alain te zien zijn.

Overige collecties

Het orgel in de samenleving

Een belangrijk onderdeel van het Utrechts Orgelarchief wordt gevormd door materiaal dat de plaats van het orgel in de samenleving weerspiegelt. Het kan daarbij gaan om kranten- en tijdschriftenartikelen, concertprogramma’s, verzamelingen van liefhebbers, foto’s en andere afbeeldingen etc. Dit type materiaal vormt een wezenlijke aanvulling op de documenten in bedrijfsarchieven en archieven van deskundigen, die vaak van officiële en formele aard zijn, gespecialiseerde informatie bieden of inzicht geven in een persoonlijk en diepgaand denkproces. Kranten- en tijdschriftenartikelen, verzamelingen van liefhebbers etc. belichten de andere kant van de medaille: zij laten zien hoe een breed publiek reageert op de door deskundigen ondernomen acties en de resultaten van hun werk. Daarbij spelen ook interessante sociaalhistorische aspecten, zoals de evolutie van de publiekssmaak en de verzuiling en ontzuiling in de Nederlandse samenleving. In het Utrechts Orgelarchief zijn op het deelgebied “Het orgel in de samenleving” een aantal hoofdonderdelen te onderscheiden.

Het archief van de Stichting Orgelcentrum

De Stichting Orgelcentrum bestond van 1958 tot 1986 en stelde zich volgens haar statuten ten doel “… het orgelculturele leven in christelijke zin van dienst te zijn, waarbij met name de aandacht is gericht op de nederlandse reformatorische orgel (koraal) kunst, zoals die in Jan Pieterszoon Sweelinck … ontstond en door Jan Zwart (1877–1937) is voortgezet.” In opdracht van de Stichting is gedurende bijna dertig jaren de weerslag van ontwikkelingen op orgelgebied in het Nederlandse openbare leven gedocumenteerd: artikelen, recensies en aankondigingen uit vele Nederlandse kranten zijn geknipt en brochures, correspondentie, afbeeldingen etc. zijn verzameld. Daarnaast is een behoorlijke hoeveelheid ouder materiaal, veelal daterende uit de periode 1900–1950, gedocumenteerd. Tenslotte is een aanzienlijke hoeveelheid stukken uit het buitenland aanwezig. Het archief valt uiteen in de volgende onderdelen:

Het archief omvat in totaal ca. 25.000 documenten.

Enkele van de ordnerladen uit het archief van de Stichting Orgelcentrum.
Orgelbriefje afkomstig uit de Janskerk in Utrecht.
Foto orgelfront Hooglandse Kerk te Leiden (1920/1930).
Knipsels Jan Zwart-Herdenking (1957).

Archief A.H. Sijmons

De Amsterdamse organist A.H. Sijmons heeft documentatie verzameld over de Noordhollandse orgels. Het betreft een compilatie van materiaal uit de bestaande literatuur. De documentatie omvat 26 ordners met in totaal ca. 2.600 documenten.

Archivalia M.A.Vente

M.A. Vente verzamelde niet alleen originele documenten (bestekken, bouwtekeningen, contracten etc.) maar besefte ook al vroeg het belang van documenten die de receptie van orgel en orgelmuziek, de ontwikkeling van de smaak etc. weerspiegelden. Het Utrechts Orgelarchief bevat naar schatting 25.000 door M.A. Vente verzamelde documenten in deze categorie.

Raadplegen collecties

Informatie en inzien van materiaal

De collecties die samen het Utrechts Orgelarchief vormen, zijn ondergebracht bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, locatie Uithof.

Voor informatie over het materiaal in het Utrechts Orgelarchief op de website van de afdeling Bijzondere Collecties, klik hier.

Het materiaal is in principe te raadplegen. Voor algemene informatie over de afdeling Bijzondere Collecties, klik hier. Voor informatie over het aanvragen en inzien van documenten, klik hier.

Stichting Utrechts Orgelarchief

Belang Utrechts Orgelarchief

Het Utrechts Orgelarchief is gericht op orgelhistorische informatie en documentatie in brede zin. De verschillende typen documenten vullen elkaar aan. Historische bestekken, bouwtekeningen etc. leveren fundamentele informatie over de orgels zelf; archieven van deskundigen informeren over de geschiedenis van de instrumenten en van de opvattingen met betrekking tot behoud, restauratie, vernieuwing, smaak etc.; krantenknipsels, concertprogramma's, aankondigingen en andere documenten geven een beeld van het functioneren in muziekleven en maatschappij.

De rijksorgeladviseur en andere orgeldeskundigen raadplegen het archief veelvuldig. De brede orgelhistorische documentatie in het Utrechtse archief is vaak nodig bij de restauratie van historische orgels; deze documentatie geeft bovendien een beeld van de herleving van de ambachtelijke orgelbouw- en orgelrestauratiepraktijk sinds ongeveer 1950. Een tweede groep gebruikers wordt gevormd door organisten, componisten, publicisten etc.: het orgelarchief wordt door hen geraadpleegd bij de voorbereiding van allerhande publicaties. Vanuit de opleiding Muziekwetenschap van de Universiteit Utrecht is er vooral van studenten veel belangstelling voor het archief. Het vormt dikwijls het startpunt voor het schrijven van een referaat, scriptie of publicatie over een bepaald orgel, een bepaalde orgelbouwer etc.

De aard van de vragen varieert van "recht toe recht aan" (wie heeft dat orgel gebouwd, wanneer is het gerestaureerd, etc.) tot zeer complex.

Digitalisering Utrechts Orgelarchief

Veel documenten in het Utrechtse orgelarchief zijn kwetsbaar: verzuring, inktvraat en veelvuldige raadpleging doen de conditie van het papier geen goed. De Universiteit Utrecht werkt daarom sinds enige jaren aan de digitalisering van het Utrechtse orgelarchief.

Met name het Smits-archief is kwetsbaar.

Toekomst Utrechts Orgelarchief

Het orgelkundig onderwijs en onderzoek bloeit in Utrecht. Regelmatig komen dissertaties tot stand, en wijden studenten hun doctoraalscripties aan orgelkundige thema's. Het voorziet ook in een maatschappelijke behoefte: de Nederlandse monumentale orgels zijn wereldberoemd, en er is grote belangstelling voor de Nederlandse orgelcultuur bij muziek- en kunstliefhebbers, musici, musicologen en cultuurhistorisch geïnteresseerden in Nederland en daarbuiten. Mede op basis van dit brede maatschappelijke draagvlak worden veel orgelrestauraties gerealiseerd. Ook elders in Nederland vindt orgelkundig onderzoek plaats. Een recent bewijs van deze bloeiende onderzoekspraktijk werd geleverd tijdens het congres van de Internationale Arbeitsgemeinschaft für Orgeldokumentation dat in mei 1999 te Utrecht werd gehouden.

De Universiteit wil deze door professor Vente geschapen en tot op heden vruchtbare onderzoeks- en onderwijstraditie zoveel mogelijk stimuleren. Instandhouding en uitbreiding van het Utrechts Orgelarchief is daarbij essentieel. Helaas echter kunnen Nederlandse onderwijsinstellingen slechts in beperkte mate over middelen beschikken voor documentaire en archivalische taken. De Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente wil hierbij de helpende hand bieden.

Ondersteuning

Indien u nadere informatie wenst over de Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente of het werk van de Stichting wilt ondersteunen, kunt u contact opnemen met secretaris C.T. (Cees) van der Poel. Klik hier om een e-mail te sturen.

Gegevens van de stichting

De Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente is opgericht op 27 juli 2000 en heeft als doelstelling het materiaal aanwezig in het Utrechts Orgelarchief van de Universiteit Utrecht te conserveren, te ontsluiten en voor onderzoek beschikbaar te stellen.

De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30168652. Het IBAN van de stichting is: NL56 INGB 00006 6831 85. Het e-mailadres van stichting is: secretaris@utrechtsorgelarchief.nl.

In het bestuur van de Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente hebben zitting:

Colofon

©Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Albert Vente.
Vormgeving: Cees van der Poel 2019.
Deze website is voor het laatst bijgewerkt op 5 december 2019.

menu